Bij ritmische gymnastiek kun je gebruik maken van een van de volgende matrialen:
De bal:
De bal is van gummi. Je kunt met bal gemakkelijk stuiten en rollen over grond of over je lichaam, en nog veel meer. Je hebt ze in verschillende kleuren en maten. Hij weegt rond de 200 tot 400 gram.
De bal is niet voor buiten, en anders dan andere ballen. Je kunt de bal bewegen met je hand, vuist, elleboog, knie of voet in verschillend ritme.

Bij een baloefening draait het voornamelijk om lenigheid.
De hoepel:
De hoepel is van plastic en is er ook in verschillende soorten en maten. Hij is goed van maat als de hoepel tot je heupen komt. Met een hoepel kun je eigenlijk heel veel. Zwaaien, rollen, gooien en zelfs stuiten! Je kunt er gemakkelijk door heen springen, en gooien kan op verschillende manieren.
Met z'n tweeën kun je makkelijker creatieve dingen verzinnen om te doen met hoepel.

Een hoepeloefening heeft als enige geen punt waar het om draait.
De knotsen:
De vorm van een knots lijkt op een fles of bowling kegel. Ze zijn gemaakt van kunststof, in de mooiste kleuren. (En maten!) Sommige knotsen zijn zwaarder dan andere.
Knotsen hebben in een buik (Zo noem je het bolle deel van een knots.) een gat. Dat maakt de knots lichter. De steel van de knots noemen we de hals. Aan de hals zit een klein extra bolletje waaraan we goed grip hebben. Hiermee kunnen we heel soepel de knotsen in onze handpalmen zetten.
Zo kan je bijvoorbeeld molentjes maken. Als je dat voor het eerst doet zal dat heel stroefjes gaan. Maar hoe vaker je het doet, hoe soepeler het zal gaan.
Ook gooien is moeilijk met knotsen omdat de ene kant veel zwaarder is. Dat betekend oefenen!

Een knots oefening draait het voornamelijk om evenwichten.
Het touw:
Het touw is van hennep of van kunstvezel gemaakt en is niet dikker dan 1 cm.
Ze zijn er vaak in 1 kleur of twee kleuren om elkaar heen gedraaid. De lengte kun je zelf bijknippen en aan de uiteindes worden vaak knoopjes gemaakt voor goed grip.
Het valt niet mee om met snelle ritmische muziek te zorgen dat het touw niet in de knoop komt, niet in elkaar krult of uit je handen glipt. Met touw kun je enkelveren, er door heen springen, zwaaien, gooien en vangen, en meer. Touw bij ritmische gymnastiek is anders dan touwtje springen wat je buiten doet.

Bij een touwoefening draait het voornamelijk om sprongen.
Het lint:
Het lint is 6 meter lang en 4-6 cm breed, het zit vast aan stokje van zo'n 50 cm. Voor jongere meiden mag het lint korter worden gemaakt. Het lijkt eenvoudig: je werpt het lint en vangt het weer op. Maar het lint moet steeds in beweging blijven. Daarbij kijkt de jury zelfs naar het kontje van je lint. Met zo'n lang lint is het moeilijk om het laatste deel in beweging te houden. Linten heb je in vrijwel alle kleuren, en ze zijn allemaal prachtig om te zien.

Bij een lintoefening draait het voornamelijk om pirouette's.
Tape is om je hoepel, touw, knotsen,of lintstokje een exra mooie glitterde look te geven, of gewoon de gewenste kleur. Bal kun je helaas niet tapen, en touw maar op een paar plekken, anders wordt deze te stijf om te gebruiken. Bovenop de tape doen de meeste een laagje plakband zodat de tape minder snel slijt.






